Astrid Hoevers

Dit is Astrid. De naam die ze van haar ouders meekreeg was Johanna, maar ze vond zelf Astrid beter bij haar passen. Groeide op als één van de negen meisjes in dat grote gezin in Utrecht. Astrid. Een mooie, vrolijke vrouw. Lag dus goed bij het andere geslacht: “aan iedere vinger minsten tien”…. 

Maar ook: de gave om dan toch steeds de verkeerde uit te kiezen…Werd dus met enige regelmaat geconfronteerd met het grootste verdriet van de wereld: liefdesverdriet. Hoewel… daar kon ze dan wel weer heel goed mee omgaan. Haar levensmotto werd: Trek je mooiste kleren aan, hef het glas en vier het leven!

Wat een eer, dan haar zoon Edvard mij vroeg om haar levensverhaal te maken. Ik mocht het vertellen  in Utrecht, waar we afscheid namen van deze mooie, bijzondere vrouw. 

Ik stel voor om in gedachten nog eens terug te gaan naar het jaar 1931. In New York wordt het Empire State Building in gebruik genomen, het hoogste gebouw ter wereld. De langspeelplaat wordt geïntroduceerd. Meerdere liedjes op 1 grammofoonplaat. De techniek staat toch maar voor niets. De wereld gaat nog steeds gebukt onder de gevolgen van de grote financiële crisis van ’29. Armoede overheerst. 1931. Een bijzonder jaar. Zo’n jaar waarin ook bijzondere kinderen worden geboren. Michael Gorbatschof, bijvoorbeeld. Dries van Agt, Reinier Paping, winnaar van die barre Elfstedentocht van 1963. Desmond Tutu, Yvonne Keuls. En op donderdag 29 januari van dat jaar krijgen Marie en Gerrit Hoevers, hier aan de Lingestraat 5 in Utrecht, ook een bijzonder kindje. Een meisje, weer een meisje. Ze noemen haar Johanna. Maar dat vond ze een naam van niks. Veranderde dat zelf in Astrid. Wat we nog weten van haar jeugd? Opgroeien als tiende van dat grote gezin. Drie jongens, negen meisjes. Vader was hoofdmachinist bij de Nederlandse Spoorwegen, verdiende een goed salaris. Kwam ook omdat hij naast dat werk bij de NS, verzekeringswerk deed voor de Onderlinge ’s-Gravenhage. Tja, er moesten wel 12 kindermondjes worden gevuld… Jongste zus Ton vertelde: “Een heel gezellig gezin. We maakten veel lol, ik was wel een beetje het lievelingetje van Astrid, tja de jongste. Als zij met een vriendje naar de bioscoop ging, mocht ik mee.  Films van de dikke en de dunne, bijvoorbeeld. Of toen ik op schoolreisje ging, gaf zij mij een gulden, extra zakgeld voor dat dagje uit…”

Oorlog. De hongerwinter. Astrid ging in de rij staan voor melk. Kreeg één liter. En ze bedacht een truc. Ging terug naar huis en deed andere kleren aan, een andere sjaal, een andere muts en kreeg nog een liter. In totaal scoorde ze op die manier zes flessen melk. “Ja, wat kunnen wij nog met z’n allen met één fles melk”, vond ze. Tja, in liefde en oorlog is alles toegestaan… En als de Duitsers iets organiseerden waar eten of drinken bij hoorde, dat versierde Astrid altijd kaartjes voor ons, dat wij er in konden. Ze kon goed leren, mocht na de lagere school door naar de Mulo. En dan aan het werk, bij de NS, net als vader. Al snel bleek dat Astrid een avontuurlijk typje was. Motorrijden, bijvoorbeeld. Of die ene keer… Kijk bij de NS kon je voordelig reizen, soms zelfs helemaal gratis. En die zomer van 1949 kreeg ze een bijzonder idee: “Ik wil met de zon-expres naar Zuid-Frankrijk. Haar ouders vonden het goed: als je maar goed op jezelf past…” Ze ging. Ontdekte hoe mooi de kust van de Middellandse Zee was. En ook: hoe duur. Ze belde naar huis: “Pap, kun je even wat geld overmaken? Je krijgt het van mijn eerste salaris terug.” Vader Gerrit ging naar de bank en regelde het. En Astrid betaalde het onmiddellijk terug… Ton wist het nog precies: “toen ze terugkwam had ze die mooie bloes aan met die rooie kersen er op.  En iedereen kreeg een souvenirtje. Ik kreeg een broche…” En intussen had Astrid al een vast vriendje. Dick, heette hij. Dick Methorst. Haar eerste grote liefde. Maar Dick maakte het uit. Na zes jaar. Wat een loser…

Afgelopen dinsdagavond zaten we bij elkaar in IJsselstein. Edvard, Ton, nicht Marina en ik. Terugkijken naar het leven van Astrid. Herinneringen ophalen. Haar karakter, haar leven, haar liefdes… En we constateerden dat het op het gebied van de liefde niet allemaal rozengeur en maneschijn was. Sommige vrouwen hebben dat talent om nogal eens op de verkeerde man te vallen. Zo ook Astrid. Haar voorkeur ging uit naar bijzondere mannen. Succesvolle mannen, mannen met aanzien. Knap, groot, slank, mooie mannen.  Bijvoorbeeld Ton. Ton Endenburg. Bijzondere man, succesvol in horeca, zakenman. Ze kende Ton van de stationsrestauratie in Utrecht. Werd verliefd. Ze trouwden. Begonnen een restaurant van de Amstelbrouwerij in Zandvoort. En daarna aan het Frederiksplein in Amsterdam. En ze kregen een kind. Edvard. Geboren in Zandvoort. Maar het werd niks met Ton. Edvard heeft hem nauwelijks leren kennen… En dan trouwen Ad en Ton. 1960.  En op haar huwelijksfeest was een leuk muzikaal duo: The Crazy’s. Gitaar en zang. De zanger was Chris. Chris Schmidt. Weer een bijzondere man. Muzikaal, talentvol, aantrekkelijk, een charmeur.  Toonde belangstelling voor de zus van de bruid. Voor Astrid, dus. Astrid viel als een blok voor hem. Een nieuwe relatie. En al snel bleek dat Chris ook voor andere vrouwen een charmeur was. Zeventien jaar duurde deze relatie. Met ups en downs. Downs in de zin van, hoe zeg ik dat, de wat vrije stijl van omgaan met de huwelijksbelofte van Chris. Een van de belangrijkste “ups” was dat Chris toch een soort van vader werd voor Edvard. Nu zou ik me kunnen voorstellen dat ze, na die teleurstellingen toch te maken kreeg met een soort van chronisch liefdesverdriet. Maar zo werkte het niet bij Astrid. Ze bleef die mooie, vrolijke, blijmoedige vrouw. Het is een zo toepasselijke tekst op haar rouwkaart: Als je verdrietig bent, kijk dan in je hart en je zult zien dat je huilt om wat je vreugde schonk. Die conclusie trok Astrid steeds weer. En dan deed ze wat haar overeind hield: Trek je mooiste kleren aan, hef het glas en vier het leven!

Astrid had een zeldzaam talent: genieten van het leven, ook als het tegen zit. Ze ging werken, zorgde dat er geld op de plank kwam. In haar eigen huisje, een kaarsje aansteken en een glas wijn inschenken. En daar van genieten… ’t Is een gave. Maar nog mooier was het om te genieten met vrienden. Bijvoorbeeld met Henriette Broekman, 40 jaar haar vriendin, ooit leren kennen in de Parfumerie van van Rooijen. Of met familie. Met zus Riet en haar man Herman, bijvoorbeeld. Leuke avonden, mooie feesten, prachtige vakanties. Of met de Schotse zus El… Er was veel te genieten. En vaak was Astrid dan het middelpunt. Vrolijk, aantrekkelijk, altijd zin in een feestje. En mannen? Stonden in de rij. Aan elke vinger minstens tien. Als vliegen op de stroop. Had natuurlijk te maken met haar uitstraling. Dat vrolijke, soms zelfs wat flirterige… Een beetje uitdagend, op het pikante af. Ton vond: Een wilde orchidee. Maar op de een of andere manier was er nu iets veranderd. Nog steeds in voor een geintje, maar verder… Aan mijn lijf geen polonaise meer, was nu haar conclusie. Marina vertelde: “Ze was wars van ingesleten gewoontes. Verjaardagfeestjes bij de familie, bijvoorbeeld. Dan kom je om acht uur, kopje koffie stukje gebak. Zo niet Astrid. “Ik kom wel een uurtje later, op de borrel. Gezellig. Dat heb ik altijd zó bewonderd aan Astrid. Kijk, een gescheiden vrouw met een kind, in die jaren 50… Dat lag gevoelig, zeker toen.  Maar ondanks alle tegenslagen altijd weer het leven oppakken, omarmen zelfs. Trek je mooiste kleren aan, hef het glas en vier het leven!… Geniet van alle mooie momenten, van het leven, van de liefde, laat je leiden door je hart…. 

Een bijzondere moeder, dat zeker. Edvard vertelde: Moeder en ik, vier handen op één buik. Ik was alles voor haar. Natuurlijk was Chris in die jaren ook  wel een soort van vader, deed zijn uiterste best. Maar toch… hij gaf een mooi voorbeeld: “Vijf december. Ik geloofde nog. Nog nèt. En Chris was Sinterklaas. En een hele goeie, logisch, hij was artiest, kon acteren als de beste. Maar ik zag aan zijn schoenen dat dit niet de echte Sinterklaas was.” Illustratief voor de situatie: Chris deed zijn best om een vader te zijn, maar soms, in detail…. Hoe anders was dat tussen moeder en zoon. Onvoorwaardelijke liefde. Toen, maar ook later. Want op enig moment waren de rollen omgedraaid. Toen Edvard groter groeide. Toen was het zíjn beurt om háár te verwennen: “Het klinkt misschien als een cliché, maar het was wel waar: ze werd voor mij een vriendin. Ik woonde inmiddels in België en ze kwam regelmatig. Bleef slapen. Gezellig, leuk. Lekker eten, genieten. Praten over alles wat speelde in mijn leven en in het hare. Over verliefdheden die nog steeds langs kwamen, maar waar ze nu niet meer aan toe gaf. ‘Nee hoor, dat is genoeg geweest, daar ga ik niet meer in mee. Ik heb nu mijn eigen stekje, dat geef ik niet meer op. Nooit meer’.” Edvard vervolgde: “En verder: altijd het zonnetje in huis. Leuke dingen doen. Bloemschikken, bijvoorbeeld. Creatieve dingen. En zeker ook: goed voor zichzelf zorgen. Altijd een dametje. Altijd keurig, smaakvol gekleed. Mooie rok, kousen, hakje, mooie blouse, het haar keurig, mooi opgemaakt… aantrekkelijk. Tot het bittere einde: aantrekkelijk. Als de dokter langs kwam, dan zorgde Astrid dat ze netjes opgemaakt en opgetut was…”

En de dokter kwam steeds vaker in beeld. In juli 2017 kwam ze bij hem. Met een klacht die ze lang had verzwegen. Te lang, zo bleek. Haar borst. De arts had niet lang nodig om de diagnose te stellen. Borstkanker. En inmiddels uitgezaaid. Achteraf vraag je je af: waarom? Waarom is ze niet eerder naar de dokter gegaan? Daar kun je van alles bij bedenken. Misschien omdat ze niet wilde dat er gesneden zou gaan worden in dat mooie lichaam. Die verminking. Misschien om dat ze terugdacht aan dat collegaatje, Mary, dat heel veel jaren geleden heel jong stierf aan diezelfde kwaal. Die aftakeling… Misschien  was ze bang voor de gevolgen, de behandeling, chemo’s, haarverlies, misschien…  Tja, het zijn allemaal mogelijke aannames. Wat bleef was een besluit: Dat wil ik allemaal niet. Geen chemo’s, geen heftige behandelingen, ik kies voor zo lang mogelijk kwaliteit van leven. Genieten zo lang het kan. Klagen? Nee. Nooit. Ze droeg het. En Edvard? De rollen waren omgedraaid. Nu ging hij zorgen voor haar. Was bijna elk weekend bij haar. Zorgen voor Astrid, logeren bij Ton en Ad.  Elke weekend 120 kilometer heen en 120 kilometer terug. Er zíjn wat benzinebonnetjes door gegaan. Verwennen zo lang het kon. Dat gezellige kacheltje, die leuke radio, hij zorgde er voor. 

Ook dat staat treffend op de kaart: Jij hebt genoten van het leven en wij van jou. Nu heb je ons voorgoed verlaten, maar je bent voor altijd in ons hart. Van vergeten zal geen sprake zijn…

De laatste weken waren niet gemakkelijk. Aanpassingen die ze eigenlijk niet wilde. Een hoog-laag bed in de woonkamer, haar eigen vertrouwde slaapkamer was niet meer aan de orde. Naar het ziekenhuis wilde ze absoluut niet. En andere zorginstellingen of een hospice moest ze ook niet aan denken. ze wilde ook die laatste periode thuis zijn, in haar eigen vertrouwde omgeving. Natuurlijk, er was de zorg van de mensen van de thuiszorg. 24 uur zorg, die mensen zijn hun gewicht in goud waard. En er was de zorg en liefde van haar familie, van Edvard natuurlijk. Maar al die zorg, al die liefde, het kon niet voorkomen dat het einde nu wel heel dichtbij kwam. Afgelopen maandag hield het leven van Astrid op. Edvard was bij haar. En hij was het die ook de laatste zorg voor zijn rekening nam.  Zorgde voor mooie kleding, deed haar ringetje weer om, haar horloge, en haar lievelingsketting, hielp met het in de kist leggen en het uitdragen, naar de rouwauto. Met gesloten deksel. Zo ook nu. Want we willen graag dat u aan Astrid denkt zoals ze was, zo als die foto op haar kaart. Dat beeld, laat dat uw herinnering zijn… Want dat is wat wij nu nog hebben. Herinneringen. Aan dat meisje dat opgroeide in dat grote gezin, dat in de Oorlogswinter zorgde voor extra melk voor het hele gezin. De avontuurlijke jonge vrouw, die graag reed op een motorfiets, die op haar 18eal met de trein naar Zuid-Frankrijk reisde. Aan die mooie, modieuze, vrolijke, uitdagende vrouw, die mannen voor het uitzoeken had, maar nogal eens een verkeerde keuze wist te maken. Aan de vrouw die elke verjaardag en elke vakantie met de familie tot een feest wist te maken. Herinneringen aan de liefste moeder die Edvard zich had kunnen wensen…

Johanna Hoevers. Astrid, dus. Wat was het goed dat jij hier was. En wat is het jammer dat het nu al voorbij is. Je bent er in geslaagd om de wereld voor de mensen om je heen, mooier te maken. Vrolijker, liever, gezelliger, smaakvoller, kleurrijker. Je laat een grote leegte achter, maar gelukkig ook een schat aan mooie herinneringen. Laten we die koesteren. Dan blijf je in onze gedachten voortleven, volgens jouw eigen levensmotto: Trek je mooiste kleren aan, hef het glas en vier het leven!

Dag Astrid. Je wordt gemist.

Nu al…

Noordwolde / Utrecht, 
16 februari 2019,
Jan Koopman

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *